Afbeelding

70000855_2941101869249794_9007431990428827648_o

Oormerk

Ik ontmoette haar bij de vergadering waarin ik werd voorgesteld als nieuw lid van de commissie. Alles aan haar was imposant. Ze was misschien wel 1.90 lang en ze droeg strak zittende donkere kleding waarin haar enorme vormen duidelijk zichtbaar waren. Met haar zwarte haar en koele blauwe ogen maakte ze op het eerste gezicht een afstandelijke indruk. Ze had grote rechte tanden op één van haar hoektanden na, die een slag gedraaid leek en waar ze een klein diamantje in droeg. Ik moest opletten dat ik niet de hele tijd naar die dissonant keek als ze het woord tot mij richtte. Als ze sprak deed ze dat hard en nadrukkelijk en beperkte ze zich tot de hoofdzaken. Ze heette Brigitte en was de commissie voorzitter.

Deze commissie moest een verkoopdirecteur benoemen om een hele nieuwe lijn gadgets in de markt te zetten. Ik was bij dat groepje gevraagd omdat er plotseling een lid was afgehaakt. Een raar verhaal; de man had van de ene op de andere dag alles uit zijn handen laten vallen en was halsoverkop naar Zuid- Amerika vertrokken. Hij had alleen nog een warrig mailtje gestuurd dat hij de verharding in het zakelijk contact niet langer meer aankon. De mail was doorspekt met overdreven termen als roofdier mentaliteit, kadaverdiscipline en collegiaal kannibalisme.  Brigitte besteedde er kort aandacht aan in die eerste vergadering. Ze maakte er een vilein grapje bij, over eten of gegeten worden, en stelde toen mij voor aan de rest van de commissieleden.

Ergens kon ik mijn vertrokken voorganger wel begrijpen. Hij had, vermoed ik, te lang mee proberen te doen in de macho cultuur die in de sales wereld nog steeds gebruikelijk is. Het ging sinds de midden jaren negentig ook hard tegen hard. Ik zelf had al lang geleden de weg van de tact en inlevingsvermogen gekozen in plaats van maar door te duwen en te drammen met nep argumenten. Het is een subtiele manier; je hebt er een bepaalde gevoeligheid voor nodig. De inlevingsstrategie, zoals ik mijn stijl noem, waarmee ik zakelijk succes had kwam mij trouwens ook privé goed van pas. Met name met de vele avontuurtjes die ik altijd had en wat het zakenleven zo ontzettend leuk maakt. Ik wist al decennia voor dat hele Me too gebeuren dat charme veel beter werkt dan dat lompe machogedoe. En ik versta de kunst van het kleine gebaar en het flirten op de vierkante millimeter als geen ander.

Er was dus eigenlijk meteen een duidelijke  klik tussen mij en Brigitte. Tijdens het doornemen van de kandidaat profielen merkte ik dat haar ogen opvallend lang op mij bleven rusten. Ik zie er nog goed uit voor mijn vijfenveertig al moet ik daar wel steeds meer voor doen. Drie keer per week ben ik in de sportschool te vinden en ik eet gezond. Toen ik voorstelde dat de verkoop directeur een vrouw zou moeten worden glimlachte Brigitte haar indrukwekkende gebit bloot. Uiteraard verzuimde ik niet om er fijntjes bij te zeggen dat het vanzelfsprekend om kwaliteit en capaciteit ging. Toen ze even later rond de tafel met commissieleden schuifelde voelde ik haar hand even op mijn schouder. Het was een onverwacht krachtige aanraking; ik was er gewoon even van slag van. Ik vond het  trouwens wel een beetje vreemd dat de mannen die al langer in de commissie zaten dan ik wat afstand van haar leken te houden. Er was niemand die haar erg naar de mond praatte of  een beetje met haar probeerde te flirten . Waarschijnlijk waren ze een beetje bang voor haar; ze was namelijk echt enorm.

Natuurlijk probeerden de commissieleden elkaar onderling wel vliegen af te vangen. Het is de gebruikelijke competitie tussen mannen in de commercie, het zit in hun aard. Mijn grapjes waren dan misschien wel een beetje ouderwets maar Brigitte vond ze meestal heel leuk. Ik voelde me geweldig door haar aandacht. Na de tweede vergadering vroeg ze of ik nog even wilde blijven omdat ze iets wilde weten over de soft marketing variant waar ik het over gehad had.  We spraken wat over het bereiken van doelen en ze luisterde aandachtig naar me. Ze hing niet alleen aan mijn lippen, in feite was haar hele lichaam was op mij gericht. Ik voelde me ontzettend opgewonden. Ik vroeg of ze misschien nog wat met mij wilde drinken in de trendy bar om de hoek van het kantoor.

Ik koos een stil hoekje van het grand café om met Brigitte te gaan zitten. We bestelden champagne. Al snel pakte ik haar hand en bekende ik dat ik zo onder de indruk van haar was. Ze zuchtte diep. Toen greep ze me plotseling bij mijn arm, trok me naar haar toe en kuste mij vurig op mijn mond. Zij dicteerde met haar krachtige tong de intensiteit van het zoenen. De hand die ik op haar knie legde duwde ze tussen haar dijen en ze kneep het bloed er bijna uit. Ze was meer dan gulzig.  Toen ik voorstelde om haar naar huis te brengen stond ze meteen op. Ze sleurde mij achter haar aan naar haar appartement. Ik wilde de deur  voor haar open houden en haar jas aannemen maar ze was niet te houden. Ze had haar enorme hand al in mijn broek en trok me hardhandig naar haar slaapkamer.

Ze trok de kleren van mijn lijf. Ze wist precies wat ze wilde en ze wilde het snel.  Ze smeet mij op bed en hield mijn armen klem op mijn rug. Dat deed ze kennelijk met één hand want ze begon me met haar andere hand stevig te bevoelen en knijpen. Ik probeerde me goed te houden maar al snel  gilde ik het uit. Van angst en pijn natuurlijk maar eerlijk gezegd wond het mij ook enorm op. Het voelde alsof ze de spieren van mijn botten probeerde te scheuren.
‘Wat nou met dat softe gelul over marketing?’ beet ze me toe.
Ik was niet in staat om antwoord te geven. Ze kneep nu hard mijn billen.
‘Je denkt dat je met dat geslijm van je heel wat ben hé?’ zei ze.
Ze draaide me nu in een vloeiende beweging op mijn rug. Ik zag haar strenge gezicht. Ze begon zich nu pas uit te kleden wat mij de tijd gaf even bij te komen. Wat een fantastisch lichaam kwam er tevoorschijn! Toen ze helemaal naakt was besprong ze me. Ik was doodsbang. Ik wilde het uitschreeuwen maar ze hield met haar handen mijn mond dicht. Ze verpletterde me. Ze bereed mij met haar enorme lichaam.  Het was overweldigend, alles deed pijn maar het was ook super lekker. Ik was wel bang dat ik buiten westen zou raken want het koste mij heel veel moeite om adem te halen. Opeens stopte ze met stoten en streelde ze even mijn gezicht.
‘Kies je voor mij?’ vroeg ze streng. Ze zat nog steeds bovenop mij en wachtte op mijn antwoord.
‘Wat bedoel je?’ zei ik. Ik probeerde te glimlachen.
‘Kies je voor mij?’ vroeg ze weer. Ze begon nu weer langzaam te bewegen.
Ze herhaalde de vraag in het ritme van het neuken. Steeds sneller.
‘Kies je voor mij?’ ‘Kies je voor mij?’ ‘Kies je voor mij?’ hijgde ze dwingend.
Ik wist niet wat Brigitte bedoelde maar ik wist dat ik ja moest zeggen omdat het misschien anders mijn dood zou worden, zo heftig ging ze te keer. ’Ok, ok, ik kies je,’ zei ik daarom maar. Ik hoopte maar dat ze het niet over een relatie had want ze was natuurlijk hartstikke gek. Ze beloonde me uiteindelijk met een keihard hoogtepunt. Nog één keer liet ze zich met haar volle gewicht op mij vallen. Ze greep mijn hoofd met beide handen stevig vast en ze beet hard in mijn oorlel. Het duurde een paar seconden en het deed heel veel pijn. Toen liet ze me los, veegde mijn bloed van haar mond en verliet ze de slaapkamer.

De volgende vergadering was pas een week later en in de tussentijd had ik gelukkig niets van Brigitte gehoord. Ik probeerde zo normaal mogelijk de vergaderruimte binnen te lopen maar mijn hele lichaam deed nog steeds pijn. De andere commissieleden zagen natuurlijk hoe moeilijk ik liep en ze vroegen mij of het wel een beetje ging. Vermoedden ze iets? Toen maakte Brigitte haar entree; een wervelwind kwam binnen. Ze begon een energiek verhaal over haar missie en strategische doelen. Ze sprak hard en ze werkte in een rap tempo naar de climax van haar toespraak toe: zij wilde de directeur van die nieuwe produktgroep worden. De andere commissieleden en ik keken elkaar verrast aan. Wat een powerspeech en wat een ontknoping!

‘Voor de functie van verkoopdirecteur is iemand nodig die ergens haar tanden in kan zetten,’ zei ze triomfantelijk. ‘Kan ik dat denken jullie?’
Ik dacht aan mijn gehavende oor waar ik die ochtend pas de pleister vanaf had gehaald. Wow, dacht ik, en of ze dat kan. Ik zuchtte.
Frans, die tegenover mij aan tafel zat, begon plotseling te gillen. Hij hield zijn oorlel vast met de duim en wijsvinger van zijn ene hand en met zijn vrije hand wees hij naar de andere mannen aan tafel. Hij wees dus naar mijn collega commissarissen en ook naar mij terwijl hij maar als een waanzinnige bleef schreeuwen. En toen ineens zag ik het! Leo die naast me zat had een litteken in het oor en Gerard die daar naast zat had er ook een. En iedereen aan de overkant van de tafel zat was ook gebeten door dat goddelijke monster. Bij Henk was zelfs duidelijk de afdruk van de gedraaide hoektand te zien in zijn oorlel. Ik begon ook te joelen en in mijn handen te klappen. Wow, wat een briljante naaistreek had ze met ons uitgehaald.
‘De organisatie zoekt dus iemand die een merk zichtbaar kan maken,’ riep ze boven het enthousiaste tumult uit.
Ik was in extase. Ik stampte op de grond en klapte in mijn handen. ‘Kiezen jullie voor mij?’ gilde Brigitte. Het was echt knap dat haar stem nog boven het kabaal uitkwam.
‘We hebben een nieuwe verkoopdirecteur,’ schreeuwden we enthousiast. Ik had nog nooit zoiets meegemaakt. Wat een beest was die Brigitte; maar wat een uitzonderlijk talent ook. Deze vrouw gaat tot het aller uiterste. Zij kan alles verkopen. Stralend nam ze onze ovatie in ontvangst. Ze glimlachte haar enorme gebit bloot en het diamantje in haar hoektand glom even in het licht van de design bureaulamp die boven de vergadertafel hing. Ik had nog wel uren naar haar willen kijken zoals ze daar voor ons stond. Maar ze verliet de vergaderruimte want ze moest door. Eerst verkoopdirecteur worden in ieder geval en daarna ongetwijfeld algemeen directeur. En dan? Minister van economische zaken of zelfs de eerste vrouwelijke minister president van Nederland? Ik zou er niet van op kijken. In ieder geval liet ze ons in diepe bewondering achter en in de overtuiging dat zij een wereld ging veroveren die ver boven ons bevattingsvermogen lag.

Tanja

Misschien heb je het toevallig live gezien. Anders heb je het pijnlijke fragment vast in het Journaal of een of ander showbizzprogramma voorbij zien komen. Het nog geen halve minuut durende filmpje is waanzinnig vaak herhaald en het is een enorme hit op Youtube. Voortdurend word ik aangekondigd als een verwarde man die de populaire talkshow De Wereld Draait Door op een hilarische manier verstoord. Klinkklare onzin! Ik was helemaal niet verward, integendeel. Ik wist héél goed wat ik deed.

Door geen enkel zogenaamd kwaliteitsprogramma of platte roddelrubriek is mij naar mijn motief of een reactie gevraagd. In plaats van enige verdieping of context zendt men liever het flauwe filmpje nog maar eens uit. Soms opgeleukt met irritante stampmuziek en kolderieke herhalingen of met het commentaar van een flauwe komiek. Om nog een beetje variatie in de aankondiging te krijgen noemt men mij afwisselend een gestoorde fan, een sneue stalker of een gefrustreerde aandachtzoeker. Het is diep triest dat er zo lacherig over mijn actie wordt gedaan in de media. Hopelijk ben jij niet zo oppervlakkig en lees je mijn uitleg met oprechte belangstelling.

Tania

Ok, het was misschien niet handig van me dat ik een speelgoedwapen tevoorschijn haalde terwijl ik van de tribune opstond om mij met de uitzending te bemoeien. Ik hield het felgekleurde kinderpistool in mijn linkerhand en met mijn rechterhand begon ik mijn bloesje los te knopen. Ik ben heus niet achterlijk. Het zwaaien met een pistool ligt gevoelig in Nederland en een streaker wordt ook niet bij elke publieke gelegenheid gewaardeerd. Maar het wapen was zo overduidelijk een fake ding en mijn onhandige striptease een onschuldige act dat men mij best even wat zendtijd had mogen gunnen.

Maar nee. Terwijl Matthijs van Nieuwkerk dwars door mijn betoog heen begon te praten werd ik vastgegrepen door een groepje security mensen. Ze waren met teveel; ik maakte geen enkele kans. Ik liet mij daarom bij de eerste aanraking maar theatraal vallen als een overgevoelige voetballer die bij een kansloze aanval aangetikt wordt in het zestien meter gebied. Dit is trouwens het fragment in het filmpje wat het grappigst schijnt te zijn. De bewakers pakten me vast bij mijn handen en voeten en sleepten me buiten beeld terwijl ik nog wat kernpunten van mijn verhaal probeerde te roepen.

Dat ik niet voor de uitzending, die volledig om mijn jeugdvriendin Tania draaide, werd uitgenodigd verbaasde mij eigenlijk niets. Door  zelfingenomen zaakwaarnemers,  over-assertieve bodyguards en weinig begripvolle politieagenten werd ik al jarenlang bij haar weggehouden. Ik heb Tania geschreven, gemaild en gebeld maar kreeg nooit antwoord. Bij filmpremières probeerde ik haar aan te spreken en ik postte wekenlang met een ludiek spandoek bij het hek van haar villa in L.A. maar ik kwam niet in haar buurt. Dus toen ik las dat Tania te gast zou zijn bij Dwdd om over haar Oscar nominatie te praten greep ik mijn kans. Gelukkig kon ik dus nog een plekje in het publiek regelen om contact met haar te zoeken.

Ik was ervan overtuigd dat Tania zou gieren van het lachen om mijn gewapende striptease. Eerlijk gezegd ook omdat de act zo lullig in elkaar zat. Dat deed ik namelijk met opzet. Vroeger, toen Tania nog gewoon Tanja heette en bij mij in het dorp woonde, deden we continue zulke absurde toneelstukjes. We gingen ontzettend vrij en speels met elkaar om. We waren zestien en experimenteerden volop. Het kon niet gek genoeg. Seksueel beladen machtspelletjes en hilarisch knullige onderbroekenlol wisselde elkaar in een hoog tempo af. In die tijd hebben we van elkaar leren acteren en ontstond onze passie voor film en theater.

Ik heb dus een hele belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van Tania. Neem de sleutelscene uit de film Dark lust  uit 2015 waarin Tania zich als talentvolle maar onzekere zakenvrouw in de luren laat leggen door Ryan Gosling. Haar gelaatsuitdrukking verandert langzaam van angstig in totale overgave. Dat is exact de expressie waarnaar ik haar in ons jeugdige spel zo vaak toe leidde. De prachtige omslag in haar ogen van zo’n moment ; het begon allemaal hier bij mij. Of haar rol als de wraakzuchtige advocaat in de kaskraker Long Island Blur uit 2017. Daarin zie ik regelrecht het meisje van zestien terug dat zo prachtig boos werd als ik haar erotische grenzen opzocht. Dat ze nu die lessen van toen zo schaamteloos precies in de praktijk brengt maakt mij heel trots. Het is daarom zo ontzettend teleurstellend dat niemand in mijn verhaal geïnteresseerd is. Het is erg tragisch dat ik dankzij dat stomme Dwdd filmpje wereldberoemd ben geworden en er tegelijkertijd nog steeds niemand op mij zit te wachten.

Dat ik werd onderbroken door die nare Mathijs van Nieuwkerk was ellendig genoeg. Maar dat gezicht van Tania tijdens mijn act! Haar gezicht verstarde en ze trok helemaal wit weg. Ze geneerde zich voor mij. Ik die haar eerste mentor was. Ik die het niet erg vond dat ze met een boers dialect praatte in een tijd dat dat nog helemaal niet zo cool was. Ik die haar leerde zoenen terwijl ze nog een onhandige beugel met scherpe randen in haar mond had waardoor ik mijn tong continue open haalde. Ik die haar talent al herkende toen ze net zestien jaar was. Verlegen en naïef was ze nog. Ik zag haar schoonheid en talent al door de jeugdpuistjes heen. Ik zag er al iets in toen het nog niets was; ik heb haar ontdekt.

Ik hoorde haar opgeluchte lach toen ik afgevoerd werd.  Ze lachte met Mathijs, de andere gasten en iedereen die in de studio was mee. Verschrikkelijk. Ik bleef roepen om Tania. Nu ze zo dichtbij was wilde ik die unieke kans niet voorbij laten gaan.  Dat is in alle uitzendingen ook verkeerd uitgelegd. Er werd verteld dat ik Tania uitschold en allerlei rare seksuele voorstellen deed. Natuurlijk schold ik haar niet uit; ik hou van haar. En de seksuele opmerkingen die ik maakte moet je zien in de context van mijn puberale verleden met Tania: het was relevant. Ik voelde mij vernederd door de onbeschofte behandeling die ik kreeg dus mijn toon was misschien niet erg vriendelijk. Dat is toch begrijpelijk?

Door het Dwdd debacle heb ik een omgevingsverbod gekregen. Als Tania in Nederland is mag ik niet bij haar in de buurt komen. Ik had al een inreisverbod voor de Verenigde Staten vanwege een ongemakkelijk misverstand bij de film première van Long Island Blur vorig jaar. Toch blijf ik haar benaderen. Er is volgens mij door allerlei zogenaamde experts op een gemene manier op haar ingepraat. Dat moet wel. Dat het carrière technisch niet goed zou zijn om met mij gezien te worden en dat soort onzin. Zonder mij was ze nooit zover gekomen! Het is dan toch helemaal niet zo onredelijk dat ik wil meedelen in haar succes?

Hopelijk heb je na het lezen van deze verklaring wat meer sympathie voor mij gekregen en begrijp je waarom ik de aandacht in Dwdd zocht. Misschien ben je erg nieuwsgierig geworden naar Tania’s jeugdervaringen met mij en wil je me ontmoeten. Dat is gemakkelijk te regelen, ik deel mijn herinneringen graag. Misschien ben je zelfs aangenaam getroffen door mijn optreden en wil je mij inhuren voor een acteerklus of een spannend themafeestje? Neem dan ook zeker contact op. Mijn naam en adres zijn bekend bij de redactie.

 

De prachtige illustratie is van Janneke Ravensbergen. Dank!

 

 

Publicatie kort verhaal in De Optimist

Reinout_dijkstra_gertjan_knibbe_header-2379x450

Afbeelding

LOS column februari

Los jan 19

Zomerhit

Marcel haastte zich naar huis. Hij fietste nog sneller dan het uptemporitme van dé Nederlandstalige zomerhit van dat jaar. Marcel haatte dat nummer. In dat lied, dat hij maar niet uit zijn kop kon krijgen, werd waanzinnig veel zon en nog meer liefde beloofd. Het had vier coupletten die slecht rijmden en bestond verder uit een wezenloze herhaling van het zoete refrein.  Marcel hoopte de ziekelijke hypnose van dat rotnummer te verbreken door keihard buiten de maat om op zijn pedalen te trappen. Aan het stuur van zijn fiets hing een feestelijk gekleurde plastic tas die lichtjes meedeinde in het rappe tempo. Omdat hij nog snel even bij de jonge eendjes in de vaart wilde kijken reed hij het fietspad op dat achter de dorpsstraat liep en uitkwam op de dijk. De dag ervoor had hij er nog acht geteld. Marcel wist dat reigers en ratten graag een jong eendje grepen. Uiteraard wist hij ook dat dat heel natuurlijk was maar toch hoopte hij intens dat die roofdieren elders naar voedsel zochten en dat het groepje eendenkuikens nog compleet was. Op de brug die over de vaart lag stopte hij met trappen en liet hij zijn fiets uitrijden op het fietspad.

Marcel schrok toen hij het groepje jongens op de dijk zag staan. Het waren Stefan en zijn vervelende vrienden. Het was echt een groep hele nare gasten. Ze waren gemiddeld twee jaar ouder dan hij en ze zaten bij hem op school. Dit clubje was altijd bezig met treiteren en dingen kapot maken. Er ging geen dag voorbij of Marcel werd wel uitgescholden, geduwd of bespuugd door Stefan en zijn onafscheidelijke meelopers. Ze stonden op de dijk en gooiden met stenen en kluiten aarde naar de kleine eendjes. Natuurlijk schreeuwden ze er hard bij. Marcel bevroor. Hij hield van dieren; misschien hield hij wel meer van dieren dan van mensen. Beesten zouden nooit doden voor de lol, wist Marcel. Hij wilde dat ze onmiddellijk stopten met die afschuwelijke moordpartij. Maar wat kon hij doen? Hij was klein voor zijn leeftijd en Stefan had wel vijf metgezellen bij zich. Marcel berekende de afstand tussen hem en het groepje. ‘Hou daar mee op stelletje dierenbeulen,’ riep hij zo hard mogelijk met overslaande stem. Een van de jongens van het opgewonden groepje keek op. Paul heette hij. Marcel zag dat Paul iets tegen de leider van de club zei. Hij had al zo vaak in natuurfilms gezien dat alleen de baas, het alfamannetje, de beslissingen neemt en hier was het al niet veel anders.

Stefan gaf zijn knechtjes het bevel om Marcel te grijpen. De jongens stormden de dijk af. Eentje liep vertraging op omdat hij struikelde over een molshoop en viel.  Marcel wachtte tot zijn belagers vlak bij hem waren en ging toen boven op zijn linker trapper staan om er snel vandoor te gaan. Hopelijk zouden de rotzakken hem een stukje achterna hollen en dan zo afgeleid zijn dat ze iets anders gingen doen dan onschuldige eendjes doodgooien. Helaas slingerde de plastic tas die aan zijn stuur hing onhandig tegen zijn been toen hij op wilde trekken en kwam hij met een rare manoeuvre in de berm terecht.

Twee van die rotgasten grepen hem stevig bij zijn schouders. Een ander, Leo heette hij, ging met het voorwiel tussen zijn benen voor hem staan zodat hij met zijn fiets geen kant meer op kon. De jongens hielden hem stevig vast in afwachting van Stefan, die gewichtig aan kwam wandelen. Marcel voelde zijn hart in zijn keel kloppen. Hij wist dat alleen iets enorm slims hem nog kon redden van een vernederende pestpartij. ‘Zo dan,’ zei Stefan, ‘wat wilde jij nou eigenlijk, met je achterlijke geschreeuw?’ Marcel haalde zijn schouders op. Er kwamen een paar oudere dames voorbij op de fiets. Stefan schoof de feestelijk gekleurde plastic van het stuur en keek er in. Natuurlijk wilde Marcel hem tegenhouden maar hij werd te stevig vastgehouden om ook maar een beetje te bewegen. ‘Wat hebben we hier?’ fluisterde Stefan opgewonden terwijl hij een taartdoos uit de tas tevoorschijn haalde. ‘Eva gefeliciteerd,’ las hij voor,’ nadat hij de taartdoos had geopend. Dat is jouw kreupele zusje toch?’ Marcel’ s zusje liep inderdaad met krukken. Marcel huiverde van machteloze woede. Hij was het wel gewend om gepest te worden maar hij vond het verschrikkelijk als het als het over Eva ging. ‘Ze is jarig dus laat me nou maar gaan, ‘zei hij zo flink mogelijk.

Stefan ploegde met zijn wijsvinger diep door de slagroomlaag van de taart en likte die verlekkert af. ‘Waarom heb je nu ineens zo’n haast,’ zei de leider van de pestclub, ‘terwijl je net uitgebreid de tijd nam om van alles naar ons te roepen.’ Stefan draaide  langzaam zijn gezicht en keek al zijn vrienden even veel betekend aan. ‘Wat noemde je ons daarnet nou?’ Het bleef even stil; Stefan wist hoe hij de spanning moest opvoeren. ‘Dierenbeulen? Is dat wat je riep?’ Marcel haalde zijn schouders op. ‘Wij houden er niet van om uitgescholden te worden toch?’ vroeg Stefan aan zijn kameraden. Die riepen hard dat ze daar inderdaad niet van gediend waren. ‘Maar als jij zo’n grote jongen bent die iedereen denkt te kunnen zeggen wat ze moeten doen en laten dan weet ik nog wel een leuk klusje voor je.’

Ze sleepten Marcel mee naar hun hoofdkwartier, een oude verlaten school , die een stukje verderop op de dijk stond. Er fietsten nog een paar volwassen mensen voorbij maar die dachten vast dat ruw meegesleept worden een modern spelletje was. De pestvrienden duwden Marcel door een gat in het hek dat rond de school stond. Stefan, de leider van de groep, sloop het eerst de oude school in en de rest volgde hem. Binnen lag kapot glas, het was er stoffig en het rook er naar pis. Marcel werd absurd stevig vastgehouden door Leo, een van de sterkste jongens van school.  Stefan deelde de taart uit aan zijn bende. Hij schepte de grote brokken met zijn handen uit de kartonnen doos. Even klonk er alleen maar het geluid van vretende jongens. Toen begon Stefan zacht te zingen. ‘Marcel gaat haar halen olé olé olé,’ zong hij samenzwerend. Al snel zong de hele groep vrienden lachend mee.  Steeds harder ging het. Stefan gaf een teken en het gemene jongenskoor marcheerden zingend de trap op, Marcel voor zich uit duwend. Ze hielden halt bij een grote ruimte waar de hele vloer al uit was gesloopt. Er was alleen nog een  netwerk van smalle houten balken over waar vroeger de gipsplaten aan hadden gehangen. Marcel keek angstig tussen de balkjes door naar beneden. Het was echt enorm diep. De ruimte eronder was in beter tijden de gymzaal van de school geweest.

Aan de andere kant van de ruimte hing een bizarre pop aan de muur. Stefan en zijn vrienden wezen er naar en bleven zingen dat Marcel haar moest gaan halen. Het was een schaarsgekleede vrouwelijke etalagepop zonder benen.  Marcel zag er niets aantrekkelijks in. Misschien hadden oudere gasten die macabere torso opgehangen voor een geheimzinnig ritueel, dacht hij, het ding had wel iets van een absurd heiligenbeeld. ‘Als je zo lief voor je manke zusje bent, dan kan je ook vast wel lief voor die dame zijn,’ zei Stefan treiterig, ‘want zij heeft helemaal geen benen en is dus nog zieliger.’ De groep pesters lachten hard en sloegen hun leider op de schouders. Marcel werd helemaal koud van binnen. Zijn hart, zijn hoofd, het was of hij gevoelloos was geworden. ‘Ga haar halen,’ beval Stefan en hij duwde Marcel in de richting van een van de houten balken. Die balken waren ongeveer tien centimeter breed en drie centimeter dik, schatte Marcel, voldoende om hem te kunnen dragen. Daarom greep hij, ondanks zijn angst om dood te vallen, de kans om van het clubje pesters weg te lopen met beide handen aan. Hij keek niet meer in de enorme diepte die vroeger de gymzaal was en hij dacht niet meer na. Hij was al onderweg. Langzaam schuifelde hij, zijn voeten overdwars op de balk plaatsend, weg van Stefan en zijn pestvrienden. Hij was misselijk en een beetje duizelig. Hij probeerde alleen maar naar de balk vlak voor hem te kijken.  Achter hem hoorde hij zijn pesters opgewonden praten. Hij vermoedde dat ze stiekem wel bewondering voor zijn moed hadden, al zouden ze dat natuurlijk nooit toegeven. Omdat hij wilde zien hoe ver het nog was keek hij even op. Aan de overkant waar de pop hing zag hij een soort platform waar hij veilig op zou kunnen staan. Hij dwong zichzelf diep adem te halen en door te schuifelen. Toen hij ruim over de helft was zag hij, toen hij weer even op durfde te kijken, dat de balk aan de rechterkant van hem helemaal gebarsten was. Dat hij een stevige had getroffen was puur geluk. Niet stil gaan staan nu, hield hij zichzelf voor, je bent er bijna. De laatste meters gingen hem gemakkelijk af omdat hij wist dat hij het ging redden. Eindelijk was hij aan de overkant.

Marcel stond op het platform en bekeek de etalagepop die nu vlak naast hem hing.  Het gezicht was ooit zeer zwaar opgemaakt, maar inmiddels erg verlopen en zelfs beschimmeld. Marcel zag de vieze vlekken op haar ondergoed, de krassen en deuken op haar armen en buik. Hij wilde er niet over nadenken wat die oudere gasten met haar hadden uitgespookt. Toch maakte hij de torso zo voorzichtig los van de muur zodat het leek alsof hij er een diep respect voor had. Ondertussen slaakten de pesters aan de overkant van de ruimte allerlei overwinningskreten alsof de buit al binnen was. Toen Marcel de smoezelige etalagepop los van de muur had sloeg hij zijn arm om haar heen. ‘Ik blijf hier,’ zei Marcel. Het was heel even stil ‘Wat zei jij daar?’ schreeuwde Stefan, ‘ik geloof dat ik niet goed verstaan heb.’ ‘Ik blijf hier,’ riep Marcel nu luid, ‘kom mij maar halen.’ Stefan werd rood en brulde een paar keer dat Marcel, nu onmiddellijk,  met de modepop naar hem toe moest komen.

‘Als je echt zo’n held bent, een leider van de groep, waarom kom je deze chick dan zelf niet halen?’ zei Marcel. Hij was nu totaal niet bang meer. ‘Omdat jij dat voor mij ging doen flapdrol,’ antwoorde Stefan kwaad.  Marcel had de indruk dat Stefan behoorlijk zenuwachtig begon te worden. Hij liep onrustig heen en weer tussen zijn knechtjes en gromde voor Marcel onverstaanbare dingen. Marcel was ondertussen voorzichtig, ongemerkt, naar rechts geschoven. Hij stond nu bij de balk die er vanaf de zijkant behoorlijk zwak had uitgezien. Hij was bijna helemaal door gebarsten, iets wat vanaf de kant van de pesters niet te zien was. Hij wees naar die balk, het gammele stuk hout dat nu tussen Stefan en hem in zat. ‘Je durft het gewoon niet, Geef het nou maar toe…, ’ lachte Marcel zo moedig mogelijk. ‘Natuurlijk wel drol,’ schreeuwde Stefan en hij liep naar de balk. Even stond hij stil, misschien hoopte hij dat zijn vrienden hem tegen wilde houden, maar toen begon hij toch langzaam naar de overkant te schuiven. Zijn volgelingen moedigden hem fluisterend aan.

Toen hij ruim over de helft was begon de balk krakende geluiden te maken. Stefan twijfelde of hij om moest draaien en terug gaan of dat hij door moest lopen omdat hij al bijna aan de overkant was. Even keek hij  Marcel smekend aan. Marcel glimlachte en haalde zijn schouders op. Het ging onwerkelijk langzaam. De barst trok meters door het hout voordat Stefan daadwerkelijk door de balk zakte. Toen begon het angstige schreeuwen en dat hield pas op nadat zijn lichaam plat op de betonnen vloer gekwakt was. Stof waaide op en het werd stil.

Marcel hing de schaars geklede etalagepop weer voorzichtig terug op de plek waar hij haar vanaf had gehaald. Daarna schoof hij op zijn gemak terug via dezelfde stevige balk van de heenweg. Na een paar meter keek hij even naar beneden. Daar zag hij het bewegingloze lichaam van Stefan liggen, zijn trouwe vrienden bezorgd over hem heen gebogen. Hij liep rustig de trap af. In de hal beneden verzamelde hij de resten van de taart die op de grond lagen en stopte ze in de doos. Hij verliet de oude school. Op de dijk stelde Marcel tevreden vast dat er nog steeds acht jonge eendjes in de vaart zwommen. Hij voerde ze de resten taart. Natuurlijk wist hij dat dit helemaal niet gezond was voor de kleine dieren. Maar vandaag was het feest, redeneerde Marcel, dus moest er getrakteerd worden. Hij had nog wat geld in zijn zak. Het was hopelijk genoeg om een nieuwe taart te kopen voor Eva. Hij sprong op zijn fiets en zijn voeten begonnen meteen in het ritme van dé zomerhit van dat jaar te trappen. Eerst nog neuriede Marcel de melodie zachtjes. Maar zodra hij de brug over was die over de vaart lag en de dorpsstraat in stuurde zong hij het lied over de zomer en de liefde uit volle borst mee.

Debby

Ik had net het verontrustende appje van Debby gelezen toen er een snelle zakenjongen bij mij in de taxi stapte. In alles zat vaart bij die maffe gast. Hoe hij zich met een rotgang in de bijrijdersstoel wierp. Hoe hij zijn koffertje razendsnel op schoot trok. Maar vooral het krankzinnige tempo waarin er woorden uit zijn mond kwamen was absurd. De man ratelde dat hij naar het centrum van Rotterdam wilde. De woorden die hij uitsprak vielen over elkaar heen als vallende stenen in een verwoestende lawine. Misschien had hij speed of coke genomen? De man sprak onophoudelijk. We waren nog niet eens het terrein van Schiphol af of hij probeerde mij al een chocoladefabriek in Maleisië te verkopen. De man was een praatzieke machine. Natuurlijk was ik me bewust van mijn vreemde klant maar ik had mijn aandacht er helemaal niet bij. Ik dacht aan Debby.

Debby was mijn vriendin. Echt een topwijf waar je mee voor de dag kon komen. In het berichtje dat ze mij stuurde stond dat Frank bij haar op bezoek was. Zijn komst was onverwacht en hij was nogal van slag.  Bij Frank kwam het vermogen vandaan dat nodig was om Debby in te palmen. Uit eten, weekendjes weg; noem maar op. Ik had kosten nog moeite gespaard om indruk op haar te maken. Het was elke cent dubbel en dwars waard want Debby ging nu helemaal plat voor me. Jammer dat Frank steeds moeilijker ging doen. Stel je voor; hij ging zelfs zijn geld terug vragen. Geld dat hij heel gemakkelijk verdiende met programmeren. Zelf deed hij er niets mee, die nerd. Soms nam ik hem mee naar een café of hingen we wat rond met vrienden in de buurt. Eigenlijk zorgde ik ervoor dat hij zo af en toe de deur uit kwam.

Ik wisselde van baan en zette de radio wat harder om het verbale geweld in mijn taxi wat te verzachten. Het hielp niet. De zinnen die mijn klant door de auto smeet overstemden alles. De woorden waren zwaar en vettig en bleven lang hangen. Zijn monoloog ging nu over Griekse bankaandelen. Dat ik die nu moest kopen. Nee, maar echt. In een krankzinnig tempo zette hij zijn waanvoorspelling van de van de Griekse economie uiteen: een ware wederopstanding. Ik knikte. Ik vond hem natuurlijk een bizarre freak, maar ik dacht aan Frank.

Ik moest altijd hard lachen als Frank zei dat hij Debby van mij af ging pakken. Voor zo’n droogkloot als Frank was het een ijzersterke grap om zoiets te zeggen. Hilarisch vond ik het. Alsof die knul mij het gevoel wilde geven dat hij recht op Debby had omdat ik zijn geld aan haar besteed had.  Het was eigenlijk een beetje aandoenlijk. Frank is een labiele jongen,  zo’n type waar vrouwen alleen maar  medelijden mee kunnen hebben. Toen ik hem gisteren in het koffiehuis sprak was er iets onverzettelijks in zijn houding. En in zijn woorden zat een opvallende intensiteit . Wat had hij nou ook al weer precies gezegd? Dat ik niet goed voor Debby zorgde. Ok, dat is zijn mening. Maar wat heeft hij er mee te maken? En dat ik van hem geleend geld had gebruikt voor de illegale lotto en kaartjes voor voetbalwedstrijden in plaats van aan Debby. Dat was waar. Wat wilde hij er tegen doen? En hij zei dus weer dat hij Debby van mij ging afpikken. Het idee.

Als ik heel eerlijk ben had ik er nooit aan gedacht om hem ook maar iets terug te betalen. Waar zou ik het geld in godsnaam vandaan moeten halen?  En dan nog. Dat ik die jongen overal mee naartoe nam, daar mocht toch ook wel iets tegenover staan? De hysterische spraakwaterval naast me gaf nu een preek over zijn geopolitieke inzichten. De namen van landen en politici ratelden door mijn taxi als een mitrailleursalvo in een goedkope oorlogsfilm. Hard, scherp en razendsnel. We reden nu ter hoogte van Den Haag. Ik keek even naar de mond van mijn klant. Het was een groot gat, monsterlijk bijna. Een woorden spuiende vulkaan. Het was indrukwekkend; ik had nog nooit zoiets gezien. Toch dacht ik aan Frank en Debby.

Frank en Debby kenden elkaar via mij. We dronken wel eens wat in het koffiehuis waar Debby’s moeder werkte en waar ik mijn zaakjes afhandelde. Frank kwam er vaak omdat hij graag naar Debby keek. Ik vond dat niet erg, ik had er zelfs begrip voor dat hij een beetje verliefd op haar was. Daarom gaf hij natuurlijk zijn geld zo gemakkelijk aan mij. Zo had hij het gevoel dat hij ook bijdroeg aan Debby’s geluk. Misschien heb ik hem onderschat. Wie weet houdt hij op dit moment wel een huilverhaal tegen Debby. Hoe zou ze daar op reageren?

We reden nu in Rotterdam. Ik keek naar mijn klant. Zijn mond bewoog en de rest van zijn lichaam stond in dienst van zijn overactieve spreekorgaan. Zijn borst was opgezwollen en zijn schouders leken in verhouding smal. Zijn armen hingen er nutteloos bij. Er kwam nog steeds geluid uit de zakenman. Het leek wel een sirene. Ik kon geen afzonderlijke woorden meer onderscheiden. Het was meer een vibrerende geluid producerende energie. Een voortdurende golf van herrie. Ik dacht een moment niet aan Debby en toen gebeurde het: ik verdween in die oorverdovende trip van geluid. Het zoog me simpelweg weg uit de realiteit. Ik werd één met het geluid, de sirene. Ik zat in die waanzinnige kolk, het was als een psychose. Ineens wist ik precies wat Frank had gezegd. Het was een helder inzicht in een bizarre hallucinerende toestand. Ik greep mijn stuur stevig vast want ik wist het. Hij had niet gezegd dat hij Debby van mij af ging pakken. Dat bedoelde hij helemaal niet. ‘Je verliest Debby,’ had Frank gezegd. Die ernstige blik in zijn ogen. Hij was natuurlijk altijd al een aparte jongen geweest. Waarom had ik dat niet eerder gezien? Die gek ging Debby iets aandoen. Misschien ging hij haar wel vermoorden. Ik bevond me nog steeds in die verschrikkelijke zuil van geluid. In die angstige fantasie wilde ik naar Debby. Ik gaf gas en reed verschrikkelijk hard om haar zo snel mogelijk te zien. Toen ik de straat inreed waar ze woonde zag ik de ambulance al voor de deur staan. Mijn hart bonkte in mijn keel. ‘Je verliest Debby,’ hoorde ik Frank keer op keer in mijn hoofd zeggen. Ik parkeerde, nog steeds in die absurde roes, mijn taxi en rende naar de voordeur. Twee broeders met een brancard kwamen me al tegenmoed. Ik begon te schreeuwen zoals ik nog nooit had gedaan. Mijn geschreeuw vormde een absurde symfonie met dat achterlijke geluid van de klant in de taxi. Vanuit die absolute gekte, die verschrikkelijke herrie keerde ik terug uit die angstige trip. Ik had het stuur van mijn auto stevig vast maar ik stond kennelijk al even stil. We waren  niet van onze plek, vlak bij het centrum van Rotterdam, geweest. Ik was doodsbang.

Mijn klant was ook eindelijk  tot rust gekomen. Hij zag er uitgeput uit. Er zaten blaren op zijn mond en hij ademde moeizaam. Het was een hoopje mens. Hij klampte zich vast aan zijn koffertje dat hij nog steeds op schoot had. Ik registreerde dat absurde fenomeen natuurlijk, maar ik dacht aan Debby. Zou ze nog leven? Ik pakte met trillende vingers mijn telefoon. Debby nam op. Ik kon wel janken toen ik haar stem hoorde.  Ik was zo blij. Ik vroeg haar of Frank nog bij haar was. Zonder op antwoord te wachten vroeg ik haar of alles goed met haar was. Niet alles was goed had ze gezegd.  Ze zei dat ze met Frank had gepraat en dat ze behoorlijk  was geschrokken. Dat ze dingen over mij had gehoord die ze niet wist en die ze niet leuk vond. Ze wilde wat tijd om over onze relatie na te denken. Een time out. Ze wilde het gesprek kort houden omdat ze een hapje ging eten met Frank. Ze zou me nog wel bellen. Ik schoof mijn mobiel in mijn binnenzak en vloekte. Ik sloeg met  mijn vuisten op het stuur van mijn taxi tot de tranen kwamen. Na een tijdje vroeg mijn klant met zachte stem hoeveel hij mij schuldig was en dat hij hier wel uit wilde stappen. Ik noemde het bedrag dat op de meter stond maar ik was er in gedachten niet bij. Ik dacht aan Frank en Debby.