Date

Als mijn huisgenoten op vakantie zijn verveel ik me altijd dood. Gelukkig heb ik vandaag een spannende date met Suzan. Juist met dit hete weer word ik duizelig van verlangen naar de liefde dus ik kan niet wachten om haar te zien. We zullen elkaar op de Nieuwe Rijn ontmoeten alleen weet ik nog niet op welk terras. Ik kan haar niet bellen om de exacte locatie te vragen omdat ik één van de weinige ben die geen mobieltje heeft. Die zijn veel te gemakkelijk af te luisteren en het gaat niemand iets aan met wie ik afspreek. Ik slenter dus langs de terrassen en kijk of ik Suzan ergens zie zitten. Bij meneer Jansen is de terrasboot afgeladen met verlopen veertigers en bij Einstein zitten luidruchtige tieners. Eigenlijk weet ik niet precies hoe Suzan eruit ziet, hopelijk herkent ze mijn zoekende blik. Als ik op de Korenbeurs van het uitzicht wil profiteren scheert er een krijsende meeuw mijn kant op . Ik kan me nog net achter een van de pilaren verstoppen zodat het kreng geen close up beelden van me kan maken. Die vogels hebben ze namelijk vol met opname apparatuur gestopt om mij te volgen. Ik heb geleerd om daar niet over te praten want je weet nooit wie je kan vertrouwen. Suzan begrijpt dat wel denk ik. Misschien zit ze op het terras van de Stadthouder of bij café van Engelen. Langzaam wandel ik die richting op terwijl ik goed in de gaten hou of er niet iemand vlak achter me loopt. Daar kan ik namelijk nogal agressief van worden. Dus om problemen te voorkomen kijk ik om de vijf stappen even achterom. Bij de Stadthouder is er ook al niemand die er als een Suzan uitziet. Bij van Engelen zitten wel een paar leuke vrouwen maar er wordt niet op mijn schaamteloze gestaar gereageerd. Omdat er een heel squadron meeuwen de landing inzet schiet ik bij van Engelen naar binnen en sluit me op in de wc. Ik merk dat ik heel erg ben gaan zweten en dat mijn ademhaling chaotisch is. Dat komt, denk ik, omdat ik me niet op mijn gemak voel. Dat verband is voor mij niet vanzelfsprekend, dit natte hyperen overkomt mij namelijk ook in andere gemoedstoestanden zoals opwinding of agressie. Ik ga op de bril zitten en dwing mezelf rustig adem te halen. Na een paar minuten voel ik me wat beter en weet ik wat ik doen moet. Omdat ik mezelf niet de tijd wil gunnen te gaan twijfelen aan mijn besluit been ik naar het terras buiten. Luidkeels roep ik de naam van mijn date. Natuurlijk kijkt iedereen me aan alsof ik niet goed bij mijn hoofd ben. Maar ik weet nu wel zeker dat ze hier niet zit en ik ga naar de Stadthouder om daar Suzan te roepen. Een grapjas met een roodverbrand hoofd zegt dat ze net afgebeld heeft omdat ze iets beters kon krijgen. Dat geloof ik niet want volgens mij heeft Suzan ook geen telefoon. We communiceren namelijk niet voor niets via geheime codes in advertenties van het Leidsch Dagblad. Dat doen we omdat alleen wij tweeën echte mensen zijn. Alle anderen zijn robots die voorgeprogrammeerd zijn om ons dwars te zitten dus we moeten op onze hoede zijn. Bij Einstein moet ik drie keer roepen voordat ik er zeker van ben dat iedereen me hoort, gelukkig pik ik zo in één moeite het publiek bij meneer Jansen ook mee. Niemand die respons geeft. Misschien heeft ze mijn laatste boodschap in het Leidsch Dagblad verkeerd begrepen en komt ze helemaal niet. Misschien is ze helemaal niet zo slim als ik hoopte. Helaas kan ik in deze vijandige wereld niet al te kritisch op mijn vrienden zijn. Er zit niets anders op dan terug naar huis te lopen en een nieuwe advertentie op te stellen. Ziek van teleurstelling loop ik nog één keer langs de terrassen terwijl ik nadenk over Suzan. Wat zou het toch heerlijk zijn als ik zonder al dit geheimzinnige gedoe met haar kon afspreken.

foto Ester Lacourt

Reacties zijn gesloten.