Koel

Het was de heetste dag van de eeuw. Dat had Ricardo de dj van een sensatiestation tenminste over de krakende autospeakers horen schreeuwen, tussen twee zomerhits in. De lucht trilde boven het gloeiende asfalt waarover hij zich door de stad haastte. ‘Basta,’ riep Ricardo, terwijl hij met zijn vuist op de koelbox sloeg die naast hem stond. Boos zuchtend remde hij voor een rood stoplicht. Naast zijn auto, de oude bestelwagen van zijn oom, stopte een groepje fietsers. Het vrolijk gepraat, de bruine benen en armen en de geur van zonnebrandolie: dat alles irriteerde Ricardo. ‘Oom Hans, ik stop er voor vandaag mee,’ oefende hij hardop, ‘ik moet weg, ik wil niet meer.’ Stilstaan met een auto zonder airco in de brandende zon, het was niet te doen. Hij haalde zijn zonnebril van zijn gezicht om het zweet uit zijn ogen te vegen. Het licht was ondragelijk hard, hij kon wel huilen. Ricardo sloot zijn ogen even. Hij zag Sylvia voor zich. Haar huid was licht verbrand en de warme wind golfde door haar stugge haar en ze zweeg.

Hij reed het bedrijventerrein op waar zijn oom deze zomer ruimte huurde in een failliet vleesverwerkingsbedrijf. Een koel en een vriescel om precies te zijn. ‘Echt een buitenkansje,’ had oom Hans gezegd, ‘we gaan samen een sloot geld verdienen.’ Hoewel hij de plannen van zijn oom niet altijd meer geweldig vond  ging Ricardo er toch op in. Hij wilde geld verdienen om een tijdje weg te gaan, maakte niet uit waarheen. Bovendien gebeurde er altijd wel iets mafs als oom Hans in de buurt was. Hans had voor een prikkie een paar pallets diepvriesproducten en drank kunnen kopen die bijna over de uiterste houdbaarheidsdatum waren. Ze hadden al veel van die ouwe meuk met winst doorverkocht en ze hadden het de hele zomer goed met elkaar kunnen vinden. Vandaag was de laatste dag van de vakantie dus wilde Hans zo veel mogelijk van de nog aanwezige voorraad verkopen. Hij belde de hele stad plat om van zijn dubieuze vlees en ouwe blikken drank af te komen. Tot nu toe bestond hun klantenkring dus uit de louche vrienden van oom Hans, zijn kennissen in de snack branche, willekeurig benaderde shoarmatenten en studentenhuizen. Hans deed dus de telefonische verkoop en Ricardo de bezorging. Het rijbewijs van Hans was voor lange tijd was ingetrokken dus hij had zijn neef echt nodig.

Niet alleen de spullen die ze verkochten waren bijna over de uiterste houdbaarheidsdatum heen, ook de goede samenwerking tussen oom Hans en Ricardo zat in de fase van dreigende beschimmeling. Vandaag hadden ze al  een paar keer hevige woorden gehad omdat Ricardo het bezorgen beu was. De hitte, het stof, het drukke verkeer, het werd hem teveel. Ook moest hij de hele tijd aan Sylvia denken, aan hoe hij haar had achtergelaten, maar daar zei hij natuurlijk niets over. Hij had al wel een paar keer tegen Hans gezegd dat hij zich niet goed voelde en naar huis wilde. Maar zijn oom had hem eerst genegeerd, toen uitgescholden en tenslotte opgejaagd. Hij leek wel manisch, vond Ricardo, het schuim stond hem nog net niet op de lippen. Op het heetst van de dag, toen hij  hem vanuit het centrum belde om te zeggen dat hij niet meer terugkwam voor een nieuwe lading, had Hans op het sentiment gespeeld. Hij hield een emotioneel betoog. Het ging erover dat hij altijd van alles voor Ricardo gedaan had en dat het nu pay-back time was.

Ricardo opende de deur die toegang gaf tot de vleesverwerkingsloods en smeet provocatief twee lege koelboxen naar binnen. Hans negeerde de manier waarop zijn neef  zijn entree maakte. ‘Ik heb bier en diepvriespatat verkocht aan boeren in de omtrek, je weet wel: schuurfeesten en bierketen enzo,’ zei hij enthousiast, een telefoongesprek onderbrekend. ‘Je moet naar Hoogmade en Rijpwetering, het zijn wel tien adressen’. Hij zwaaide trots met een stapeltje papier waar de bestellingen op stonden en opende de roldeur van de vriescel. ‘Zoals ik al eerder heb aangegeven,’ begon Ricardo, zonder te weten waarom hij zo’n formele toon aansloeg, ‘stop ik met het voor jou bezorgen van gekoelde en diepgevroren producten.’ Hans, die al bijna in de vriescel stond draaide zich om. ‘Je rijdt vandaag gewoon je ritten,’ zei hij dwingend, ‘we kunnen vandaag een mooi gat in onze voorraad slaan, kom op zeg.’ Nu moet ik doorzetten, dacht Ricardo. Hij voelde een enorme urgentie om nu zijn poot stijf te houden. Alsof hij de rest van zijn leven opdrachten tegen zijn zin zou moeten uitvoeren als hij nu niet voor zichzelf opkwam. ‘Nee man, het is over, ik ben weg,’ zei hij daarom. Oom Hans schreeuwde iets wat niet te verstaan was maar wat ongelofelijk diep uit zijn ziel leek te komen. Hij leek zichzelf niet meer. Ricardo kon zich niet meer voorstellen dat hij altijd zo tegen zijn oom had opgekeken.  Hans liep met grote stappen op zijn neef af. ‘Ik heb altijd mijn nek voor je uitgestoken niksnut,’ schreeuwde hij terwijl hij Ricardo door elkaar schudde. ‘Welnee sukkel,’ riep Ricardo, zijn oom van zich af duwend, ‘Ik heb jou juist altijd geholpen met je achterlijke handeltjes, stomme mislukkeling.’ Het gezicht van Hans werd lijkbleek, Ricardo vond het fascinerend.

‘Je weet niet wat loyaliteit is, je bent een egoïst. Net als je vader’. Hans liep richting de vriescel. Ricardo drukte snel op de knop die de vriescel afsluit om Hans ervan te weerhouden de bevroren ruimte te betreden, alsof daarmee de hele kwestie afgehandeld zou zijn. De roldeur kwam echter maar langzaam naar beneden dus Hans liep onder de dichtgaande deur door naar binnen en bleef tieren. ‘Wat moet ik dan met al deze spullen?’ Hij hield een pakket barbecuevlees omhoog. ‘Wil je me kapot maken ofzo?’ Ricardo zou nu op de rode stopknop van de roldeur kunnen drukken en dan konden ze elkaar nog net blijven zien terwijl Hans naar hem bleef schreeuwen maar dat deed hij niet. ‘Nou?’ wilde Hans weten. ‘Gooi dan maar meteen het slot op deze klotevriezer,’ waren zijn laatst verstaanbare woorden. De rubberen rand van de deur raakte het beton van de vloer; de roldeur was nu helemaal dicht. Ricardo schoof de vergrendeling op de roldeur zoals zijn oom had voorgesteld.

Hij ging op een stapel pallets zitten en schoot in de lach. Oom Hans had zichzelf weer belachelijk gemaakt; er zijn maar weinig gekken die er zelf om vragen om opgesloten te worden. Ricardo voelde zich opgewonden, zijn hart klopte aangenaam snel. Alles lag ineens open: de dag, de zomer, zijn hele leven. Hij sprong in het oude bedrijfsautootje van zijn oom en reed het bedrijventerrein af. Het was nog steeds bloedheet maar alles voelde anders. Hij neuriede mee met een Nederlandstalig liedje op de radio en hij dacht helemaal niet meer aan Sylvia. Het was alsof hij voor het eerst door de stad reed, alles zag er nieuw uit. Toch verlangde hij naar de snelweg, hij wilde vaart maken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s