Zwijgziek

De afgelopen maanden voelde ik me echt ontzettend beroerd. Ik was eenzaam, depressief en ziek. Gelukkig kan er in een paar uur tijd veel veranderen want ik sta nu dus vrolijk mijn koffer in te pakken voor een tof tripje. Naar welke plek ik word toegebracht weet ik niet. Van de dienst mag ik eigenlijk niemand over mijn plotselinge vertrek vertellen. Maar omdat ik zo uitgelaten over dit reisje ben schrijf ik toch even dit stiekeme briefje aan jou. Alles komt goed denk ik. Gelukkig heeft mijn contactpersoon me een lijstje gegeven waarop staat wat ik allemaal mee moet nemen want ik ben te opgewonden om hier zelf over na te denken. Die lijstjes liggen gewoon klaar. Er bestaat dus een standaardformulier voor de vreemde situatie waar ik nu in zit. Eigenlijk zou dat me niet meer mogen verbazen na al die jaren. Jij en ik hebben vroeger samen veel gelachen om die absurde bureaucratische zorgvuldigheid. Later kregen we er ruzie om en op het laatst zwegen we erover.

Op het meeneemlijstje staat onder andere badkleding (m/v). Dat vind ik nou leuk, ik heb in geen eeuwen gezwommen. Het lijkt me heerlijk om weer eens een duik te nemen. Ik had de afgelopen maanden natuurlijk tijd zat om naar een zwembad of het strand te gaan maar ik dacht er in mijn depressieve toestand gewoon niet aan. Volgens het lijstje moet ik ook alle papieren meenemen die met mijn zwijgzaak te maken hebben. Dat lijkt logisch, maar ik kan me helemaal niet voorstellen dat ik nog informatie in mijn bezit heb die niet in het archief van de dienst  zit. Het zal wel de standaard procedure zijn, het kan mij in ieder geval niet uit mijn humeur brengen. Want  weet je, ik voel me zo vrolijk dat mijn hele lichaam tintelt. Ik denk echt dat dit reisje het begin kan worden van een supersnel herstel. Daar waar ik naartoe ga, ga ik namelijk weer beginnen met iets dat voor mij bijna onmogelijk is geworden: praten. Ik verlang er intens naar om weer gewoon te kunnen praten. Weg met de benauwdheid, de dichtgeknepen keel en andere spreekblokkades. Ik kan gewoon niet wachten om, als het dus weer beter gaat, met jou te spreken, te kletsen, te babbelen, te converseren en te fluisteren.

Het zat het me van het begin af aan al vreselijk dwars dat ik elke maand een krankzinnig bedrag op mijn rekening kreeg om mijn mond te houden. Ik ben al twee jaar een zwijgambtenaar met een topinkomen. Ik voelde me er continue schuldig over. Het gaat wel om geld dat door het harde werken van anderen bij elkaar gebuffeld wordt terwijl ik de hele dag op mijn reet kan blijven liggen. Zo intens jammer dat ik er niet van kon genieten. Ik vond het lastig om met mensen te praten die gewoon hard moesten werken voor hun geld. Letterlijk. Ik kreeg er een brok in mijn keel van en slikken ging moeilijk. Voor mijn selfmade succesvolle vrienden was ik natuurlijk altijd al een ambtenaar die veel te gemakkelijk zijn geld verdiende. En nu kon ik al ruim voor mijn veertigste thuis blijven zonder dat ik hen kon vertellen hoe dat kwam. Het vrat aan me. Ik werd steeds stiller. Zodra ik mijn mond open wilde doen voelde ik iets blokkeren in mijn lichaam. Praten ging voelen als iets verkeerds, ook al ging het om onbeduidende onderwerpen. Tussen jou en mij werd de stilte beklemmend. Je hebt alles geprobeerd om me aan het praten te krijgen. Therapie stelde je voor. Ik wist dat het niet zou werken want de oorzaak zou onbesproken blijven. Toen je het een half jaar geleden echt zat was ging je bij me weg. Zo’n zwijgende man om je heen, je werd er gek van.

Na jouw vertrek ging het pas echt bergafwaarts met me. Ook fysiek begon het zwijgen me toen echt op te breken. Eerst een vervelend kriebelhoestje en pijn in mijn hoofd. Een onschuldig griepje dacht ik toen nog. Maar het werd steeds erger. Mijn handen gingen trillen, ik zweette verschrikkelijk en de hoofdpijn werd steeds heviger. Praten ging steeds moeizamer, mijn keel was rauw en pijnlijk. Hoe meer ik zweeg hoe erger het werd. Ergens over moeten zwijgen werkt kennelijk heel diep door. Mijn lichaam dacht zoiets: we verdienen ons geld kennelijk met stilte, ik pas me wel aan en schakel allerlei lichaamsfuncties uit om het gemakkelijker te maken. Steeds zieker werd ik. Ik was bang dat ik mezelf aan het doodzwijgen was.

Eerlijk gezegd vond ik dat ik dat zwijggeld helemaal niet verdiende.  Als het bijvoorbeeld om een massamoord of een enorme milieuramp ging had ik het zeker geaccepteerd dat ik mijn mond moest houden. Maar de kwestie waar ik over moest zwijgen ging maar over corruptie van middelmatig niveau. Een deal die het middenstandsniveau nauwelijks ontsteeg. Het ging om nog geen tien miljoen. Bovendien blijft dat soort geld altijd wel op een nuttige manier circuleren. Laat ik het zo zeggen: het is beter besteed dan het vermogen dat ik elke maand op mijn rekening krijg. Corruptie is natuurlijk best ernstig maar toch niet onoverkomelijk? Ik was niet van plan om het aan de grote klok te hangen. We maken allemaal fouten en in onderling overleg kunnen we die best corrigeren of goed maken. De fraude was iets waar ik toevallig achter kwam en mijn leidinggevende kwam er weer toevallig achter dat ik dat wist. Ik beloofde dat ik niets met de belastende informatie zou doen maar daar werd geen genoegen mee genomen. Misschien dachten ze dat ik van nog meer, of ergere, misstanden op de hoogte was?

Ze hadden natuurlijk ook kunnen zeggen: je houdt je mond want anders zal het je bezuren. Of we slopen je als je je scheur opentrekt. Maar bedreiging is niet echt de stijl van de dienst, ze betalen kennelijk  liever voor geheimhouding. Het is gemakkelijk schuiven met het geld van iemand anders. Gisterenavond dacht ik ineens: hoeveel mensen zouden er net als ik thuis zitten met zo’n zwijggeldregeling?  Ik ben vast niet de enige. In de twintig jaar dat ik voor de dienst werkte gebeurde het  regelmatig dat er ineens een collega weg was en niet meer terug kwam. Zijn of haar bureau werd in no time leeg geruimd en we hoorden nooit meer iets. Weg was weg, contact houden was not done. Ik had er nooit een probleem in gezien, het was de cultuur binnen de dienst. Als ik al naar huis gestuurd word voor zo’n relatief klein akkefietje zijn er natuurlijk veel meer zwijgambtenaren, dacht ik dus. Daar zitten er vast heel wat tussen die er ook hartstochtelijk naar verlangen zich weer normaal te kunnen uiten. Vrijuit kunnen praten is toch  een heel normaal verlangen? Door de gedachte dat ik onmogelijk de enige kon zijn die hier mee te maken had voelde ik mij meteen al een stuk minder eenzaam. Vanmorgen vroeg stuurde ik snel een verzoek naar mijn contactpersoon dat ik hem dringend wilde spreken.

En toen ging het allemaal ineens heel snel. Ik mocht vanmiddag meteen langskomen. Natuurlijk was ik op van de zenuwen. Stotterend en kuchend probeerde ik mijn contactpersoon duidelijk te maken dat ik kapot ging van dat rottige zwijgen. Hij zette een glas water voor me neer en nam uitgebreid de tijd voor me. Schor legde ik hem uit dat ik er echt iets moest gebeuren. Dat ik vroeg of laat uit de school zou klappen omdat mijn lichamelijke toestand me daartoe dwong. Dat ik er doodziek van werd. Ik zei hem dat er echt iets moest veranderen omdat ik mezelf anders niet meer in de hand had. En ik vertelde dat ik zelf wel een heel goed idee had om mijn toestand te verbeteren. Hij maakte een uitnodigend gebaar en zei dat ik me vooral niet hoefde in te houden. Ik schraapte mijn zere keel en zei dat er een lotgenotengroep voor mensen met een zwijggeldregeling moest komen. Een praatgroep voor oud werknemers die hun mond moeten houden, fluisterde ik. Ik zei dat ik zo hartstochtelijk graag weer normaal wilde praten. Natuurlijk wees ik hem er ook op dat de dienst er toch ook belang bij had als de mensen die voor de dienst zwegen lekker in hun vel zaten. Een tevreden zwijger is iemand die niet snel zijn mond voorbij praat, dat begrijpt iedereen. Eerlijk is eerlijk: mijn contactpersoon reageerde heel begripvol en geïnteresseerd. Hij vroeg me hoe ik dat dan allemaal voor mij zag en of ik daar al met iemand anders over gesproken had. Dat had ik natuurlijk niet. Zoals je weet ben ik erg gezagsgetrouw. Dat ik jou dit berichtje stuur is zo’n beetje mijn eerste verboden actie sinds mijn kinderjaren.

Mijn contactpersoon zweeg even. Toen glimlachte hij en vertelde dat er dus al lang zo’n praatclub bestaat! Tot mijn stomme verbazing vertelde hij dat er toevallig op dit moment een groep oud medewerkers met zwijgproblemen bij elkaar in een all inclusive resort zit. Als ze bij de dienst geweten hadden hoe erg ik onder de regeling leed hadden ze me er allang heen gestuurd, zei hij fijntjes. Hij vroeg me of ik er misschien meteen naar toe wilde. Ik was perplex natuurlijk.  Maar ik zei dat ik heel graag wilde, hoe eerder hoe beter. Hij haalde het lijstje uit de lade van zijn bureau waarop stond wat ik allemaal mee moest nemen en hij wenste me een goede reis. En nu sta ik dus vrolijk mijn zwembroek en badlaken in te pakken. Voor de deur staat een zwarte dienstauto op mij te wachten om mij naar mijn lotgenoten te brengen. Misschien zie ik er wel oud collega’s terug. Dat zou nou leuk zijn, er zaten echt aardige lui tussen. In ieder geval ga eindelijk weer normaal praten. Alles komt goed met mij. Zodra het wat beter met mij gaat, en het mag, bel ik je.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s