Tagarchief: eenzaamheid

Pieken vóór kerst

Eenzaamheid  is hartstikke rot, dat verdient niemand. Maar eerlijk gezegd vind ik het ook een raar verschijnsel. Het lijkt namelijk wel een seizoensgebonden emotie. Het hele jaar door hoor je de eenzamen niet en dan ineens, met Kerstmis in zicht, beginnen ze met zijn allen irritant om aandacht te vragen. Gek toch? In voorgaande jaren ging ik altijd met een schuldgevoel de feestdagen in, maar dit jaar wilde ik me niet door dit eindejaarsverschijnsel laten overvallen. Ik ging me daarom al weken van te voren preventief met deze loners bemoeien. Het leek me een goed idee om ze zó extreem met aandacht te overvoeren dat ze er tot ver in 2016 mee vooruit zouden kunnen.

Ik richtte me op het stationsgebied, traditioneel de habitat voor de eenzamen onder ons. Ik was vastbesloten om ver te gaan om mijn charmeoffensief  te laten slagen en zonder gewetensnood Kerstmis vieren. Ik wilde handen schudden, schouders kloppen, bemoedigende toespraken houden en kneiterlief zijn om die rottige eenzaamheid te bestrijden. En luisteren wilde ik ook wel. Ik wilde zo hard luisteren dat mijn oren er pijn van zouden gaan doen.

Het pakte anders uit. De treinreizigers die ik aansprak zagen er weliswaar doodongelukkig uit, maar dat had niets met eenzaamheid te maken. De stroopwafels die ik ze aanbood sloegen ze beslist af, ze wilden geen kerstliedjes met me zingen, ik bood mezelf tevergeefs aan als boksbal en zelfs mijn schouder om op te huilen wezen ze resoluut af. In plaats daarvan wilden ze met me praten over vertragingen en gedoe met de toegangspoortjes. Wat een gezeur.

Ik ging nóg beter mijn best doen. Ik heb op mijn knieën gesmeekt of ik hun bagage mocht dragen, ernstig gelogen complimenten gemaakt, ik bood me aan als huis-, tuin-, en keukenslaaf. Alles om er maar voor te zorgen dat ze zich niet eenzaam zouden voelen. Niemand was in mij  geïnteresseerd. ‘Eenzaamheid? Geen tijd voor.’ Er heerste juist tevredenheid. Bijvoorbeeld over het feit dat ze binnen het kwartier hun fiets hadden kunnen vinden.

Ik droop af. Afgewezen. De kroeg in. Het seizoen van de eenzaamheid was duidelijk nog niet aangebroken, bedacht ik me terwijl ik in mijn eentje aan de bar zat. Ik had blijkbaar te vroeg gepiekt. Je kunt geen eenzaamheid bestrijden die er nog niet is. Mijn stationsavontuur was een pijnlijke ervaring geworden. Ik besloot even lekker tijd voor mezelf te maken. Ik had het verdiend! Toch? De barman boog zich naar mij toe. Of ik soms verlegen zat om een praatje? Ik zat hardop in mezelf te murmelen…..