Tagarchief: geld

Leijtens woede

Geld is geld, dacht ik altijd, en je kunt er nooit genoeg van hebben. Het bekende verhaal dat geld rare dingen met je kan doen vond ik altijd grote onzin. Tot een paar weken geleden. Ik kreeg ineens flink wat geld van mijn buurvrouw omdat ik haar geholpen had met spullen op te ruimen van haar onlangs overleden man. Zijn pooltafel, zijn televisiestoel, zijn fiets, zijn kleding, alles wat van hem was wilde ze het huis uit hebben. Ik deed het met tegenzin want ik mag haar niet. Ze is een heel dominante vrouw, ik ben altijd een beetje bang voor haar. Ze praat niet maar ze snauwt haar onaardige zinnen en daarbij kijkt ze ook nog eens zuur uit haar ogen. Zelfs toen mijn buurman doodziek was hoorde ik haar nog tegen hem tekeer gaan dat hij een lastpak en een aansteller was. Toen buurman Leijtens eindelijk dood ging na een kloterig ziekbed was ik opgelucht. Ik was blij dat hij eindelijk vrij was. Vrij van de kanker maar vooral vrij van die nare vrouw. Maar goed, ik durfde dus geen nee te zeggen toen ze me vroeg om haar even te helpen. Ach, ergens had ik het gevoel dat ik het nog een beetje voor mijn lieve buurman deed. Peter Leijtens was een aardige en beschaafde man, ik maakte graag een praatje met hem. Ik bracht dus wat van zijn meubels naar een neef van hem en zijn kleding en de pooltafel gingen naar het tweedehands warenhuis. Het leek wel of zijn bezittingen die ik uit de woning sjouwde nog iets van hem uitstraalden; iets zachtaardigs, het deed me wel wat. Behalve dan die rottige pooltafel, dat onhandige ding heb ik vervloekt. Ik viel er bijna mee van de trap, ik liet hem een keer op mijn tenen vallen en hij paste maar net in de auto. Al met al was ik met die hele uitruimklus nog geen twee uur bezig geweest. Ik was daarom erg verrast dat mijn buurvrouw er op stond mij hiervoor te betalen. Voordat ik er ook maar iets tegenin kon brengen gaf ze me een enveloppe waar behoorlijk veel biljetten van twintig en vijftig euro inzaten. Dat was natuurlijk absurd, ik vond haar dan wel een verschrikkelijke bitch maar dit stond niet in verhouding tot wat ik voor haar gedaan had. Ze dwong me dus de enveloppe te accepteren en ze werkte me daarna resoluut de deur uit. Het enige dat ik haar onderweg naar de buiten nog hoorde snauw-mompelen was dat ze blij was dat ze er vanaf was. Op dat moment ging ik er nog vanuit dat ze het over de spullen van haar dode man had en dat het niet over het geld ging dat ik mijn handen had. Dit was een bizarre gift. Misschien is mevrouw Leijtens toch niet zo’n rotwijf, dacht ik. Ik had verrekte veel zin om dat geld er dan maar meteen doorheen te jagen in de stad. Het was vrijdagavond en dat is mijn vaste café avond dus dat moest wel lukken. Natuurlijk reageerden mijn vrienden dolenthousiast toen ik aankondigde om volop op drank te gaan trakteren. Ik deed mijn eerste bestelling aan de bar en haalde de enveloppe met geld uit mijn broekzak. Toen ik er een briefje van vijftig uit viste voelde ik een trilling in mijn maag. Het was alsof er energie vrijkwam. Ik vond ineens dat de barman wel erg lang over mijn bestelling deed en dat zei ik ook. Ook zei ik dat zijn hoofd me eigenlijk altijd al had tegen gestaan. De barman vond dat ik zeurde en hij zei dat ik normaal moest doen. Ik werd toen heel boos en schold hem flink uit. De woede was heerlijk, het was een kick. Bij mijn vrienden sloeg de stemming ook al snel om. Ze namen het voor de barman op. Dat vond ik onbegrijpelijk. Ze zeiden dat ik mezelf niet was. We kregen ruzie. Lang vergeten misverstanden van vroeger kwamen weer boven en al snel haatte ik mijn beste vrienden. Ik zei dat ze de tering konden krijgen en ging de straat op. Bij het station schold ik wat hippe jongeren uit om niets en nog later maakte ik hevig ruzie met een Egyptenaar in een snackbar terwijl ik met een briefje van vijftig stond te zwaaien. Uiteindelijk heb ik die avond misschien tweehonderd euro uitgegeven maar veel plezier heb ik er niet van gehad. Toen ik de volgende morgen wakker werd na een onrustige nacht met gewelddadige dromen en de enveloppe naast mijn bed zag liggen werd ik weer boos. En nu wist ik ook ineens waardoor dat kwam. Dat rotgeld van dat klotewijf! Die heks van hiernaast heeft de biljetten ingestraald of behekst, dat was nu overduidelijk voor mij. Ik haalde een briefje van twintig uit de enveloppe en ik voelde het bloed alweer door mijn aderen kolken. Waarom heeft ze dat klotegeld aan mij gegeven? Ik trok snel een broek aan en haastte me naar buiten. Mevrouw Leijtens kwam net de straat ingelopen met een volle boodschappentas en ik beende, met de enveloppe in mijn hand, op haar af. Ik eiste dat ze me vertelde hoe het met dat duivelse geld zat en waarom ze dat zo gruwelijk graag aan mij wilde geven. Ze leek nauwelijks verrast door mijn agressieve benadering. Haar man koesterde papiergeld, zei ze zuur. Ze vertelde dat ze hem elke nacht hoorde opstaan om naar zijn hobbykamer te gaan. Daar zat zijn geld verstopt in de pooltafel, ze dacht zeker wel zo’n twintigduizend euro. Ze zei dat haar man zo’n aardige vent leek, maar dat hij heel veel wrok in zich had. Elke nacht telde hij zijn geld en deelde hij zijn emoties met het waardepapier. Zijn hele ziel en zaligheid ging er in, maar hij kon er vooral zijn woede in kwijt. Zijn onderdrukte woede. Ik keek beurtelings naar de kwaadaardige biljetten in mijn handen en het heksengezicht van mevrouw Leijtens. Dat ze haar man, die echt heel aardig was, de schuld probeerde te geven maakte me nog woester dan ik al was. Ik kookte nu echt. Ik schreeuwde dat ze een ongelooflijk rotwijf was. En terwijl mijn handen naar haar keel grepen en het met woede opgeladen papiergeld door de lucht vloog wist ik plotseling dat ze gelijk had. Ik besefte dat het klopte wat ze zei. Het was niet mijn eigen woede die hier de lucht uit dat nare mens wilde persen. En het was ook niet de hare. Het was de woede van mijnheer Leijtens. En de woede van mijn overleden buurman voelde volkomen terecht. Gelukkig heeft een groepje hardlopers mij van de hals van mevrouw Leijtens los weten te trekken anders had ik nu voor moord in voorarrest gezeten in plaats van poging tot. Iedereen die ik hier gesproken heb, tot mijn eigen advocaat aan toe, gelooft niet dat ik door dat kwaadaardige geld tot die daad kwam. Maar ik wil iedereen die dit leest op het hart drukken om voorlopig uit te kijken met aannemen van contant geld.  Er circuleert namelijk nog behoorlijk wat met woede opgeladen geld uit die duivelse enveloppe in de stad. Pas dus op voor plotseling opkomende boosheid als je geld van iemand krijgt. Wat betreft de pooltafel van meneer Leijtens; ik heb mijn advocaat nog even laten bellen met het tweedehands warenhuis en hij staat nog te koop. Waarschuw iedereen die u kent voor deze onschuldig uitziende speeltafel want hij zit barstensvol met dat kwaad makende geld. Ik moet er niet aan denken wat er gebeurt als de woede die in die twintigduizend euro zit ineens vrijkomt. Ik zit hier de komende tijd gelukkig veilig opgeborgen en ik hoop nu maar dat ik jullie voldoende gewaarschuwd heb.