Tagarchief: kermis

Kermis

Welke duivel bedacht
deze zieke orgie
een feest te vieren
met herrie en horror
misselijkmakende zoete troep
verblindend hard licht
plastic rotzooi en patat
maagdraaien tot kots
omringt door lelijkheid
groepjes tuig en vieze snollen
het wachten, de prijzen, de stank
pestventjes op zoek naar rottigheid
wie bedenkt zoiets
geen feest compleet zonder
dit geweld, deze rotzooi
de tattoos, de buiken, de blikjes
de ruzie, het schreeuwen
wie bedacht deze hel
verplichte kost in het seizoen
voor braderie en volksfeest

Maar dan breekt de zon door
en is er kleur en muziek
ik zie lachende smoeltjes
verliefde pubers hand in hand
voor de eerste keer misschien
een kleuter blij met ballon
opa trakteert voor de laatste
keer op keer de draaimolen
met ouderwetse muziek
jij bent blij met het beertje
dat ik als troostprijs krijg
bij de schiettent tussen
aandoenlijk stoere mannen
die hun best doen voor
uitgedoste moppies en
de oude bekende die
ik bij de kop van Jut
tref  jong en speels
als we naar de kroeg
gaan opgewonden want
het is feest geworden.

Bots

Het zou de klapper van de avond zijn als ik plotseling voor de botsauto zou springen waar je nu al een uur in rondtoert. Soms laat je een blond meisje met je meerijden maar je bent nog te verlegen om je arm om haar heen te slaan. Zou het je lukken om me nog te ontwijken of zou je met volle vaart op me inrijden als ik ineens voor jouw blauwe metallieke karretje opduik? Je krijgt natuurlijk niet elke dag de kans om een levensmoede veertiger voor zijn ballen te rijden. Als ik dan op de metalen vloer van de kermisattractie lig check je waarschijnlijk eerst bij je vriendjes of jouw actie wel cool genoeg was. Dat is heel normaal op jouw leeftijd. Wat je vrienden van je vinden; daar gaat het om. Op het moment dat de kermisexploitant mij van de vloer omhoog hijst en je mijn gezicht goed kunt zien schrik je misschien. Je herkent iets in mijn gezicht maar je weet niet wat. Misschien is je nieuwsgierigheid zo groot dat je uit je botswagen stapt om mij wat beter te bekijken. Als dan jouw gezicht vlak bij de mijne is zal ik het je zeggen. Maar ik spring niet voor jouw botsauto. Ik zoek de confrontatie niet, ik fantaseer er alleen over. Omdat ik niet met je om mag gaan bekijk ik je van een afstand. Als ik zeker weet dat je moeder niet in de buurt is ga ik wel eens kijken als je voetbalt. In mijn hart juich ik als je een doelpunt scoort maar ik moet erg opletten dat mijn aandacht voor jou niet teveel opvalt. Er is ooit besloten dat ik je niet mag zien. Dat is eigenlijk niet correct want het gaat er om dat jij mij niet ziet. Nu heb ik er spijt van dat ik daar mee akkoord ben gegaan. Het grappige is trouwens dat je me soms wel ziet. Ik ben die man met dat gekke brilletje die regelmatig door jouw straat fietst. Ik ben degene die vaak langs het schoolplein wandelt en een tijdje bij het hek blijft staan. En nu ben ik de man die je vanaf de overkant van de weg naar de kermis kan zien kijken. Maar je kijkt niet. En als je zou kijken dan weet je niet wie ik ben.