Tagarchief: Leiden

Dirty Valentijn

Valentijnsdag is veruit de spannendste dag van het jaar. Elk jaar kijk ik weer reikhalzend uit naar de anonieme liefdesbetuigingen waarmee ik steevast overspoeld wordt. Via de post en het internet komt er een waar clusterbombardement van verlangen binnen, maar ook duiken er op de gekste plekken pikante liefdesbriefjes, ballonnen en cryptische radioboodschappen op. Heel vleiend! Om mijn vriendin, met wie ik al lang samen ben, niet jaloers te maken zorg ik er voor dat zij er niets van merkt. Dat kost best veel moeite, maar zelfs die inspanning geeft meerwaarde aan Valentijnsdag.

Dit jaar wilde ik nou eindelijk wel eens weten wie er in het geniep zo gek op mij is. Ik ging in het geheim op onderzoek uit. Waar moest ik beginnen? Ik besloot, als liefhebber van de darkside, ondergronds te gaan. Ondergronds gaan in Leiden is superleuk. Op zoek naar aanwijzingen postte ik in  tunnels en parkeergarages en ik pluisde de ondergrondse afvalcontainers uit. Het is een donkere en ruige wereld, je moet er tegen kunnen. Ik kwam mij daar een hoop coole shit en goed bewaarde geheimen tegen in de riolen en kruipruimtes van onze stad.

In ondergronds Leiden valt onwijs veel te genieten als je van een beetje dirty houdt, maar eigenlijk is er nog zoveel meer romantiek mogelijk. Een roze metrostelsel bijvoorbeeld om snel bij je date te kunnen zijn. En sfeervolle liefdesgrotten waar je stiekem je Valentijn kunt ontmoeten. Door te fantaseren over een stiekeme parallelle ondergrondse wereld vol passie vergat ik bijna de missie om mijn geheime aanbidster te vinden. Want van Cupido of zijn pijl en boog had ik nog steeds geen spoor.

Ik wilde thuis even wat googlen over lokale onderaardse gewelven toen ik mijn vriendin betrapte op het in elkaar vouwen van een enorme valentijnskaart. Snel probeerde ze het kunstwerk weg te moffelen, maar ik was haar voor. Ik griste het ding uit haar handen. Ik was ervan overtuigd dat het een liefdesuiting voor iemand anders was. Snel las ik de inhoud van de kaart en zag meteen dat hij voor mij bedoeld was. Ik heb helemaal geen geheime aanbidsters. Het was al die tijd mijn eigen lieve vriendin geweest die mij anoniem adoreerde. Wat gênant! ik  kreeg er een rode kop van. Ik kon wel onder de grond kruipen van schaamte. En daar zou ik dan tot ver na Valentijnsdag willen blijven.

 

Geen kunst

Ik vind de kunstroute altijd ontzettend inspirerend. Elk jaar hoop ik er weer nieuwe artistieke talenten te scouten want investeren in kunst is veruit de beste manier om waanzinnig veel geld te verdienen in korte tijd. Daarom ga ik ook dit jaar op zoek naar de nieuwe Rembrandt van Rijn of Casper Faassen. Kunstroute Leiden is een ontdekkingstocht langs werken en werkplekken van meer dan 150 deelnemers op 85 locaties. Het is de grootste kunstroute van Nederland! Grote kans dus dat ik op een supertalent stuit die zich door mij voor een paar tientjes laat inpalmen. Als ik me maar niet, zoals elk jaar, laat afleiden door allerlei emotionele randzaken. Want van emoties raak je eerder aan de bedelstaf dan dat je er rijk van wordt, elke zakenman weet dat.

Waar ik allemaal op let tijdens mijn strooptocht naar talentvolle, financieel hopeloos naïeve, kunstenaars? Allereerst moeten de werken die ze maken origineel zijn. Volgens mij is maatschappijkritische kunst is in ieder geval weer helemaal terug en dan het liefst gemaakt van bizar materiaal. Dit jaar hoop ik daarom bijvoorbeeld op collages van dood ongedierte (het liefst meeuwen) of een serie spannende beelden gemaakt van oud ijzer in symbiose met chemisch afval. Verder voorspel ik dat er, in de slipstream van het succes van de wereldberoemde Bansky ontroerende graffiti te koop word aangeboden. Uiteraard vers uit de Leidse gevels gehakt.

Als ik er vroeg bij ben valt er misschien nog wat te ritselen voor een prikkie. Natuurlijk let ik er ook op of de kunstenaar een beetje sexy is. Zou hij of zij het goed op tv doen? Dat lijkt oppervlakkig maar het helpt enorm mee om de, door mij aangeschafte, artistieke zooi razendsnel door te verkopen.

Dit jaar moet alleen mijn zakelijk instinct wel goed uit de verf komen tijdens de kunstroute . Deze keer laat ik me niet inpakken door verassende gesprekken met bevlogen types en hun bijzondere werken. Nee. Het mag gewoon niet al te gezellig worden aan de Haagweg vier, de Kaasmarktschool en al de galerieën die ik afga in de binnenstad. Ik wil niet thuiskomen met allerlei artistieke troep waar ik spontaan verliefd op werd terwijl ik mijn snode financiële plannetjes helemaal vergat. Dit jaar ga ik voor het grote geld. En of ik er nu in slaag of niet het wordt zeker heel inspirerend. Waar het me toe inspireert? In ieder geval om volgend jaar weer vol goede moed en wilde ideeën naar de kunstroute te gaan. Want mijn ambitie opgeven om van andermans artisticiteit rijk te worden is geen kunst

Bij de beesten af

Vroeger waren de zomers in Leiden altijd stierlijk vervelend. Want zelfs als de mussen van het dak vielen, was er zo weinig te beleven in de sleutelstad dat de honden er stelselmatig geen droog brood van lustten. Tegenwoordig is het tegenovergestelde het geval: er zijn zó veel festivals en evenementen dat je soms niet weet waar je het moet zoeken. Vervelen is helemaal geen optie meer. Ik loop als een kip zonder kop van het ene evenement naar het andere. Heerlijk, want ik ben een echt festivalbeest!

In de parken, waar één zwaluw nog geen zomer maakt, zijn de lekkerste muziekfestivals van de regio. In het Huigpark en het Leidse hout gaan dierlijke ritmes hand in hand met oerwoudgeluiden en primitieve driften. Super. Maar ook op de Leidse pleinen is er elk weekend vertier voor hippe vogels. Er zijn modeshows, maffe competities, sportevenementen, rollende keuken; noem maar op. Het is bij de wilde dieren af. Ook langs en in de singels is het een gezellige beestenboel met topevenementen. Zelfs voor het station popt het nieuwe festival ‘De Buurt’ op waar we ons als vissen in het water kunnen voelen tussen zeecontainers. Het is een soort bio-industrie met hoge amusementswaarde.

Ik hou er berenveel van, maar soms wordt het me een beetje teveel. Even tot rust komen in een stil straatje, of mijmeren in een hofje of een middagdutje in het park is er tegenwoordig niet meer bij. Want op elk moment kan er spontaan een muzikant of een of ander zot met een dierlijke attractie voor je oppopen. Soms lijkt Leiden wel één groot kippenhok. Hoe houd ik deze zomerse ratrace vol? Ik ging op onderzoek uit en heb de ideale plek gevonden waar ik mijn ei kwijt kan: de kinderboerderij!

Menselijk gedrag is vaak bij de beesten af, theatraal en vooral luidruchtig. Dieren doen ten minste normaal! Wel eens een geit met een elektrische gitaar gezien of een aanstellerig gillend discokonijn in een glimmend pak? In de zomer pop ik dus lekker vaak neer in de kinderboerderij om even bij te komen van al het overdreven menselijk gedoe. Even geen show , polonaise of andere goedbedoelde gezelligheid, maar puur natuur midden in de Merenwijk. Ontspannen geiten met de varkens en schaapachtig lachen met de konijnen en met de kippen op stok. Ik blijf daar net zo lang hangen tot ik me te pletter verveel. Fijn. Want als ik me, tussen al dat festivalplezier door, ook nog lekker kan vervelen duurt de zomer toch nog beestachtig lang….

Koel

Het was de heetste dag van de eeuw. Dat had Ricardo de dj van een sensatiestation tenminste over de krakende autospeakers horen schreeuwen, tussen twee zomerhits in. De lucht trilde boven het gloeiende asfalt waarover hij zich door de stad haastte. ‘Basta,’ riep Ricardo, terwijl hij met zijn vuist op de koelbox sloeg die naast hem stond. Boos zuchtend remde hij voor een rood stoplicht. Naast zijn auto, de oude bestelwagen van zijn oom, stopte een groepje fietsers. Het vrolijk gepraat, de bruine benen en armen en de geur van zonnebrandolie: dat alles irriteerde Ricardo. ‘Oom Hans, ik stop er voor vandaag mee,’ oefende hij hardop, ‘ik moet weg, ik wil niet meer.’ Stilstaan met een auto zonder airco in de brandende zon, het was niet te doen. Hij haalde zijn zonnebril van zijn gezicht om het zweet uit zijn ogen te vegen. Het licht was ondragelijk hard, hij kon wel huilen. Ricardo sloot zijn ogen even. Hij zag Sylvia voor zich. Haar huid was licht verbrand en de warme wind golfde door haar stugge haar en ze zweeg.

Hij reed het bedrijventerrein op waar zijn oom deze zomer ruimte huurde in een failliet vleesverwerkingsbedrijf. Een koel en een vriescel om precies te zijn. ‘Echt een buitenkansje,’ had oom Hans gezegd, ‘we gaan samen een sloot geld verdienen.’ Hoewel hij de plannen van zijn oom niet altijd meer geweldig vond  ging Ricardo er toch op in. Hij wilde geld verdienen om een tijdje weg te gaan, maakte niet uit waarheen. Bovendien gebeurde er altijd wel iets mafs als oom Hans in de buurt was. Hans had voor een prikkie een paar pallets diepvriesproducten en drank kunnen kopen die bijna over de uiterste houdbaarheidsdatum waren. Ze hadden al veel van die ouwe meuk met winst doorverkocht en ze hadden het de hele zomer goed met elkaar kunnen vinden. Vandaag was de laatste dag van de vakantie dus wilde Hans zo veel mogelijk van de nog aanwezige voorraad verkopen. Hij belde de hele stad plat om van zijn dubieuze vlees en ouwe blikken drank af te komen. Tot nu toe bestond hun klantenkring dus uit de louche vrienden van oom Hans, zijn kennissen in de snack branche, willekeurig benaderde shoarmatenten en studentenhuizen. Hans deed dus de telefonische verkoop en Ricardo de bezorging. Het rijbewijs van Hans was voor lange tijd was ingetrokken dus hij had zijn neef echt nodig.

Niet alleen de spullen die ze verkochten waren bijna over de uiterste houdbaarheidsdatum heen, ook de goede samenwerking tussen oom Hans en Ricardo zat in de fase van dreigende beschimmeling. Vandaag hadden ze al  een paar keer hevige woorden gehad omdat Ricardo het bezorgen beu was. De hitte, het stof, het drukke verkeer, het werd hem teveel. Ook moest hij de hele tijd aan Sylvia denken, aan hoe hij haar had achtergelaten, maar daar zei hij natuurlijk niets over. Hij had al wel een paar keer tegen Hans gezegd dat hij zich niet goed voelde en naar huis wilde. Maar zijn oom had hem eerst genegeerd, toen uitgescholden en tenslotte opgejaagd. Hij leek wel manisch, vond Ricardo, het schuim stond hem nog net niet op de lippen. Op het heetst van de dag, toen hij  hem vanuit het centrum belde om te zeggen dat hij niet meer terugkwam voor een nieuwe lading, had Hans op het sentiment gespeeld. Hij hield een emotioneel betoog. Het ging erover dat hij altijd van alles voor Ricardo gedaan had en dat het nu pay-back time was.

Ricardo opende de deur die toegang gaf tot de vleesverwerkingsloods en smeet provocatief twee lege koelboxen naar binnen. Hans negeerde de manier waarop zijn neef  zijn entree maakte. ‘Ik heb bier en diepvriespatat verkocht aan boeren in de omtrek, je weet wel: schuurfeesten en bierketen enzo,’ zei hij enthousiast, een telefoongesprek onderbrekend. ‘Je moet naar Hoogmade en Rijpwetering, het zijn wel tien adressen’. Hij zwaaide trots met een stapeltje papier waar de bestellingen op stonden en opende de roldeur van de vriescel. ‘Zoals ik al eerder heb aangegeven,’ begon Ricardo, zonder te weten waarom hij zo’n formele toon aansloeg, ‘stop ik met het voor jou bezorgen van gekoelde en diepgevroren producten.’ Hans, die al bijna in de vriescel stond draaide zich om. ‘Je rijdt vandaag gewoon je ritten,’ zei hij dwingend, ‘we kunnen vandaag een mooi gat in onze voorraad slaan, kom op zeg.’ Nu moet ik doorzetten, dacht Ricardo. Hij voelde een enorme urgentie om nu zijn poot stijf te houden. Alsof hij de rest van zijn leven opdrachten tegen zijn zin zou moeten uitvoeren als hij nu niet voor zichzelf opkwam. ‘Nee man, het is over, ik ben weg,’ zei hij daarom. Oom Hans schreeuwde iets wat niet te verstaan was maar wat ongelofelijk diep uit zijn ziel leek te komen. Hij leek zichzelf niet meer. Ricardo kon zich niet meer voorstellen dat hij altijd zo tegen zijn oom had opgekeken.  Hans liep met grote stappen op zijn neef af. ‘Ik heb altijd mijn nek voor je uitgestoken niksnut,’ schreeuwde hij terwijl hij Ricardo door elkaar schudde. ‘Welnee sukkel,’ riep Ricardo, zijn oom van zich af duwend, ‘Ik heb jou juist altijd geholpen met je achterlijke handeltjes, stomme mislukkeling.’ Het gezicht van Hans werd lijkbleek, Ricardo vond het fascinerend.

‘Je weet niet wat loyaliteit is, je bent een egoïst. Net als je vader’. Hans liep richting de vriescel. Ricardo drukte snel op de knop die de vriescel afsluit om Hans ervan te weerhouden de bevroren ruimte te betreden, alsof daarmee de hele kwestie afgehandeld zou zijn. De roldeur kwam echter maar langzaam naar beneden dus Hans liep onder de dichtgaande deur door naar binnen en bleef tieren. ‘Wat moet ik dan met al deze spullen?’ Hij hield een pakket barbecuevlees omhoog. ‘Wil je me kapot maken ofzo?’ Ricardo zou nu op de rode stopknop van de roldeur kunnen drukken en dan konden ze elkaar nog net blijven zien terwijl Hans naar hem bleef schreeuwen maar dat deed hij niet. ‘Nou?’ wilde Hans weten. ‘Gooi dan maar meteen het slot op deze klotevriezer,’ waren zijn laatst verstaanbare woorden. De rubberen rand van de deur raakte het beton van de vloer; de roldeur was nu helemaal dicht. Ricardo schoof de vergrendeling op de roldeur zoals zijn oom had voorgesteld.

Hij ging op een stapel pallets zitten en schoot in de lach. Oom Hans had zichzelf weer belachelijk gemaakt; er zijn maar weinig gekken die er zelf om vragen om opgesloten te worden. Ricardo voelde zich opgewonden, zijn hart klopte aangenaam snel. Alles lag ineens open: de dag, de zomer, zijn hele leven. Hij sprong in het oude bedrijfsautootje van zijn oom en reed het bedrijventerrein af. Het was nog steeds bloedheet maar alles voelde anders. Hij neuriede mee met een Nederlandstalig liedje op de radio en hij dacht helemaal niet meer aan Sylvia. Het was alsof hij voor het eerst door de stad reed, alles zag er nieuw uit. Toch verlangde hij naar de snelweg, hij wilde vaart maken.