Tagarchief: stadhuis

Uitverkoop

LOS

Ons stadhuis was kennelijk te klein geworden voor de grote ambities van de stad, want een wethouder kwam op het idee om het monument aan de Breestraat te verkopen. Zelden is een plan zo snel van tafel geveegd. Links en rechts Leiden sprongen ongegeneerd bij elkaar op schoot om gezamenlijk hun afschuw over dit plan er uit te gooien en de geschrokken Leidse ambtenaren huilden solidair mee. Puur eigenbelang natuurlijk. Ze willen zelf lekker in dat prachtige gebouw blijven zitten, het is gewoon een top locatie. In zo’n mooi monument willen we allemaal wel werken maar dat gaat nou eenmaal niet.

Eerlijk gezegd vond ik het juist een heel goed plan om het stadhuis, of een gedeelte ervan, te verkopen.  Want waarom mogen wethouders en ambtenaren eigenlijk in zo’n mooi en duur gebouw werken? In deze barre economische tijden kunnen zij best in een goedkoper kantoor werken en vergaderen. Er staat genoeg leeg in de stad, dus een nieuw stadhuis hoeft er niet gebouwd te worden. Ik vind het niet gek om van de gemeenteraad en de ambtenaren te vragen over hun schaduw heen te stappen en het stadhuis te verlaten.

Natuurlijk wil ik wel een aantal publieke functies in het stadhuis houden. Het gebouw is immers een belangrijk symbool van de stad en dus een beetje van ons allemaal. Dus we blijven er gewoon trouwen en ons nieuwe paspoort ophalen. Dat wordt wat mij betreft allemaal juist nog leuker. Wat denk je van een mooi feest in het atrium van het stadhuis na het jawoord in de trouwzaal? Of je paspoort ophalen in het Grandcafé ‘de raadszaal’? Het pand is trouwens ook een prima locatie voor congressen en ideaal voor thema en volksfeesten. Als het stadhuis op een creatieve manier geëxploiteerd wordt levert dat meer geld op voor de gemeente en dus voor ons allemaal.

Het stadhuis is van ons allemaal en dat blijft zo. Om dat te vieren stel ik voor dat we er voortaan gezamenlijk kerstmis vieren. Zelfs de weggestuurde ambtenaren en verongelijkte Leidse politici zijn dan weer welkom op hun oude werkplek. Dan moeten ze wel accepteren dat  zij niet degenen zijn die in de spotlights staan. Want kerstmis mag dan wel het feest van het licht zijn maar ze zullen toch echt in de schaduw van een schitterende grote kerstboom staan. En zo heffen we dan met alle Leidenaren het glas in de voormalige raadszaal op een goede uitverkoop: Proost!

LOS Column April

 

                                          Natuurlijk

 Ondanks zijn spraakgebrek kan mijn bovenbuurman Bob beestachtig leuk over de natuur vertellen. Hij is zelfbenoemd stadsbioloog en je kunt hem inhuren voor een groene stadswandeling (telefoonnummer bekend bij de redactie). Helaas stottert hij zo verschrikkelijk dat je er een hele dag voor moet uittrekken maar dan weet je ook precies hoe het met de bomen en de dieren in Leiden gaat. Aan zijn onverzorgde baard en zijn bruine tanden kan je al zien dat hij de natuur het liefst zijn eigen gang laat gaan. Dat is ook de reden dat hij niets aan zijn gestotter wil doen. Of zoals hij het zelf zegt: “elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.”

Bob is erg verheugd dat Dick de Vos (!) van de Partij voor de Dieren beter uit zijn woorden kan komen en zelfs door zijn collega’s in het stadhuis tot Leids politicus van jaar is benoemd. Dit betekend namelijk dat er door de groene volksvertegenwoordiger niet alleen maar oeverloos gekwaakt wordt maar dat hij als een leeuw vecht voor de lokale dierenbelangen. Mijnheer de Vos wil bijvoorbeeld niet dat er valken worden ingezet om de overlast van de meeuwen in de stad tegen te gaan. Het lijkt mij juist bio-logisch om een natuurlijke vijand in te zetten. Ik was benieuwd wat mijn bovenbuurman van al deze dierenmanieren vond en ik vroeg hem daarom een avond mee uit.

Achteraf was het niet zo slim van me om met hem naar de bioscoopkraker The King’s Speech te gaan. Die film gaat immers over een sullige koning die met zijn spraakgebrek worstelt. Bob vertelde dat hij liever naar porno kijkt omdat in die films veruit het meest natuurlijk geacteerd wordt. Gelukkig was hij wel te spreken over het diner dat ik hem aanbood in de nieuwe zaak van horecatycoon Ben Luykx op de Beestenmarkt. Hij stortte zich op de T- bone steak in Bennies als een uitgehongerde roedel wolven op een prooi.

Met het vet druipend langs zijn kin hakkelde hij dat het vlees zo lekker was dat het dier waarvan het van de botten was gescheurd wel een gelukkig leven moet hebben gehad. “Het is eten of gegeten worden in deze urban jungle”, antwoorde Bob op mijn vraag of hij het niet zielig vond. Toen we na het eten de Beestenmarkt opliepen probeerde de politie net een vechtpartij in de kiem te smoren. Ik wilde Bob nog tegenhouden maar hij moest zich ermee bemoeien. Hij snauwde tegen de agenten dat ze niet moesten ingrijpen. “Haantjesgedrag bij adolescente mensenjongen is heel normaal als er geen wijfjes genoeg zijn om mee te paren”, probeerde hij uit te leggen, “bovendien wordt door deze stoeipartijen de onderlinge pikorde bepaald.” De woorden kwamen er zonder stotteren uit, heel natuurlijk.